Het vertrek
Dinsdag 21 juli, het is zover. De tas is ingepakt, de laptop zit in mijn rugzak. Mijn maritiem avontuur op weg naar IJsland gaat starten! Dit is de eerste keer dat ik over de Atlantische Oceaan vaar. Niet toevallig, want mijn verhaal speelt zich op die oceaan af. Ik vind het spannend, kijk al lange tijd naar deze tocht uit. Twee weken op een schip, alsof ik als een boekpersonage leef. Dat – naast het schrijven – is het doel; twee weken lang het leven op een vrachtschip ervaren. In mijn eerdere blog, op mijn scheepsreis naar Finland, schreef ik het al: ik schrijf het verhaal, het verhaal schrijft mij. Toch, het is voor een landrot als ik een rare wending, die zoektocht naar inspiratie op de oceaan. Ik had een aantal jaar geleden helemaal niet kunnen bevroeden dat ik op een vrachtschip zou meevaren.
Op mijn twee weken durende schrijfretraite kan ik me volledig – in een stalen varende ruimte met de naam ‘Helle Ritscher’ – op het schrijven van het verhaal richten. Ik werk aan een verhaal over een community die een jaar lang leeft op een vrachtschip op de Atlantische Oceaan. Op een schip kan ik me beter inbeelden, invoelen, hoe het ‘geïsoleerde’ leven op een schip op de oceaan kan zijn. Het kan ook wat minder plezierig zijn, mogelijk word ik kotsmisselijk door de hoge wilde golven. Dat hoort erbij, schrijversstof voor een volgende blog en het boek.
Inschepen op de MV Helle Ritscher
Op Rotterdam CS ontmoet ik Haroon, de taxichauffer die mij naar het schip brengt. In de Rotterdamse haven mag je niet zelf rondrijden, je kan er alleen komen met een officiële taxiservice. In een zwarte Tesla zoeven we naar het schip. Het is druk in de haven, overal rijden wagens met hun vracht rond. Als we door de slagboom zijn, rijden we langs rijen hoog opgestapelde containers. Grote stalen legoblokken in allerlei kleuren, met de namen van de vervoerders. MAERSK, ONE, Hapag-Lloyd. Het zijn intussen bekende namen die je ziet staan op de containers die vrachtwagens over de snelwegen zeulen.
We bereiken het schip de MV Helle Ritscher dat net is aangemeerd in de haven. Op de kade ontmoet ik een paar mannen in overall, de crew van het schip. Een is zo aardig om mijn zware tas over een steile trap naar boven te sjouwen. Daar ontmoet ik de tweede stuurman en de stewart. De stuurman checkt mijn paspoort. De stewart, die zorg draagt voor de passagiers, volg ik vijf trappen omhoog. Van het Poopdeck naar het E-deck, naar mijn kamer op het schip. Traplopen zal – besef ik – mijn belangrijkste vorm van beweging zijn aan boord. Ik bereik mijn kamer, schrijfoord voor deze periode. Een tafel, bank, bureau en een bed. Achter een aparte deur het (vacuüm)toilet en douche. Ik pak mijn spullen uit, ik ben ingescheept.
De avond valt, etenstijd. Kip op het menu met koolhydraat sliertjes. Ik ontmoet een van de medereizigers, een oudere man die met pensioen is. Hij heet Johannes, is een Australiër met deels Nederlandse roots, vertelt hij. Hij heeft al meerdere lange tochten op vrachtschepen gemaakt, weet daar veel over te vertellen. Na de maaltijd gaan we naar de mooiste plek op het schip: de brug. We moeten wel eerst zeven trappen omhoog klimmen.
De brug biedt uitzicht over de bedrijvige haven van Rotterdam. Ik zie gigantische kranen, containers en schepen die vastliggen of varen. Aan een kade spot ik een schip met twee Flettner rotoren. Bijzonder om te zien want ik schrijf over een schip dat gebruik maakt van wind propulsion. Intussen is het laden van de containers gestart, elke keer als zo’n ding op het dek belandt, voel je een lichte trilling door het schip gaan. Die trillingen voel ik ook als ik in mijn bed kruip. Deze keer heb ik – wijs geworden op mijn vorige reis met een vrachtschip – oorpluggen meegenomen. Kleedbare gevallen waarmee ik mijn oren stevig kan barricaderen tegen de herrie van de motor die de generator aandrijft. En de volgende dag, als we varen, voor de continue zware dreun van de scheepsmotor. Daarover meer in de volgende blog.
Het verhaal en boekonderzoek
Waar sta ik na ruim een jaar van mijn schrijfproject? In oktober 2023 kroop een, voor mij, bijzonder fascinerend idee in mijn hoofd. Het wilde er niet meer uit, het wilde een verhaal worden. Het idee gaf ik een naam: Ships for a Future. Sinds vorig jaar werk ik er serieus aan. Hybride, zou ik zeggen, het is deels verhaal, deels onderzoeksproject.
Ik heb intussen veel onderzoek gedaan voor S4aF, met diverse professionals gepraat, blogs geschreven en projecten met studenten gedaan. Studenten van TU Delft hebben een project gedaan om een duurzame voortstuwing voor een vachtschip te ontwerpen. Studenten van de WUR hebben gewerkt aan een plant based voedselsysteem. Die gesprekken en onderzoeken hebben mij veel kennis en inzicht opgeleverd over de mogelijkheden van een duurzaam aangedreven en zelfvoorzienend schip. Saranki, een studente psychologie, doet momenteel haar afstudeeropdracht over geïsoleerd levende communities.
Het onderzoek doen gaat gestaag, in het schrijven van het verhaal zit wat minder vaart. Het onderzoek doen is zinvol om een realistischer scenario te kunnen opschrijven. Wat voor schip is het? Hoe ziet het eruit? Waar vaart het? Hoe zou het kunnen werken met de community? Ik ga de oceaan op om verder te schrijven. Het fictieve schip met haar community in beweging brengen richting een verhaal.
Na vertrek uit Rotterdam heb ik een tijd lang geen internet meer. Geen digitaal lijntje met de rest van de wereld. In Reykjavik heb ik weer bereik. Dan volgt mijn volgende blog over de belevenissen aan boord.



